Week 23 - De werkelijkheid van de Messias

Welkom bij deze zaterdagochendmeditatie met als thema de werkelijkheid van de Messias. Jezus’ leven is verre van vanzelfsprekend: het is van-God-sprekend.

Zijn werkelijkheid is het op te komen voor een Rijk, dat niet van deze wereld is.

Maar het krijgt wel gestalte in deze wereld waar ik deel van uitmaak.

 

Ik zou kunnen vragen dat mijn mens-zijn van-God-sprekend mag worden, dat mijn leven gestalte mag krijgen uit liefde en verbondenheid met Jezus.

 

We beginnen deze meditatie in het vertrouwen dat onze God hier aanwezig is en vanuit liefde naar ons kijkt. Laten we tot rust komen en die liefdevolle God in ons hart toelaten.

 

 

Muziek: Ubi Caritas – Ola Gjeilo, door Phoenix Corale (CD Northern Lights)

Spotify

Youtube

 

Ubi caritas et amor, Deus ibi est.

Waar liefde is en vriendschap, daar is God.

 

Congregavit nos in unum Christi amor.

De liefde van Christus heeft ons tot één gemaakt.

 

Exsultemus, et in ipso jucundemur.

Laten we ons verheugen en ons in Hem verblijden.

 

Timeamus, et amemus Deum vivum.

Laten we met eerbied en liefde de levende God benaderen.

 

Et ex corde diligamus nos sincero.

En laten we elkaar liefhebben met een oprecht hart.

 

Ubi caritas et amor, Deus ibi est.

Waar liefde is en vriendschap, daar is God

 

 

Vandaag lezen we over de liefdevolle vriendschap tussen Jezus en Lazarus. Jezus hoort dat Lazarus, de broer van Marta en Maria, ziek is en besluit naar hem toe te gaan. We stappen in het verhaal op het moment dat Hij aankomt in in de woonplaats van Lazarus en Maria Hem tegemoet komt.

Johannes 11, 32–44 (NBV21)

Zodra Maria op de plek kwam waar Jezus was en Hem zag, viel ze aan zijn voeten neer en zei:‘Heer, als U hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn!’ Jezus zag haar huilen, en ook de Joden die met haar waren meegekomen. Hij werd diep bewogen en raakte innerlijk in beroering. Hij vroeg: ‘Waar hebben jullie hem neergelegd?’ Ze zeiden: ‘Kom maar kijken, Heer.’ Jezus begon te huilen […] en ging naar het graf.

 

Stel je voor dat je daar bent, naast Maria, bij Jezus.

Je ziet hoe Hij geraakt wordt door zijn eigen verdriet, door het verdriet van Maria en Martha, maar ook door jouw verdriet. Wat doet het met je om Jezus zo menselijk te zien – bewogen, stil, huilend?

 

Waar in jouw eigen leven verlang je naar medeleven, tranen, van Jezus?

 

Het graf was een spelonk met een steen voor de opening. Jezus zei: ‘Haal de steen weg.’ Marta, de zus van de dode, zei: ‘Maar Heer, de stank! Hij ligt er al vier dagen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Heb ik je niet gezegd dat je Gods grootheid zult zien als je gelooft?’ Toen haalden ze de steen weg. Jezus keek omhoog en zei: ‘Vader, Ik dank U dat U Mij hebt verhoord. [..] Daarna riep Hij luid: ‘Lazarus, kom naar buiten!’  De dode kwam naar buiten, zijn handen en voeten in linnen gewikkeld en zijn gezicht bedekt met een doek. Jezus zei: ‘Maak hem los en laat hem gaan.’

 

Maria zegt: “Heer, als U hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn.” Maar dan is Jezus er wél – Hij komt, kijkt, roept met kracht, en het leven keert terug.

Herken ik dat, dat  liefde – hoe laat het ook komt – sterker is dan verlies of dood?

 

Jezus laat de dode ontdoen van het linnen waarin hij gewikkeld was en het doek dat zijn gezicht bedekte. Vervolgens komt het leven terug.

  

Zijn er nog wikkels en doeken waarvan Jezus jou zou kunnen laten ontdoen om je zo nog meer tot leven te laten komen?

Volgende
Volgende

Week 22 - Keuzes